MIGRATIE: Position paper tbv Tijdelijke Commissie ‘Lessen uit recente arbeidsmigratie’

POSITION PAPER
tbv expertmeeting TCLURA, Tijdelijke Commissie ‘Lessen uit recente arbeidsmigratie’ van de Tweede Kamer

door: Malgorzata Bos-Karczewska, voorzitter Stichting van Poolse Experts in Nederland (STEP), gepresenteerd op 18 mei 2011

De recente arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa voltrekt zich in een nieuwe economische, institutionele, demografische en maatschappelijke omgeving.

  • Economie – Door het ontstaan van een 24-uurseconomie en flexibilisering van werk is er grote vraag naar flexwerkers en een sterke groei van de uitzendbranche. Door technologische ontwikkeling duurt ‘seizoenswerk’ vaak een heel jaar. Globalisering heeft in de sectoren met lage toegevoegde waarde de concurrentie op kostprijs aangescherpt.
  • Institutioneel – We hebben te maken met intra-EU arbeidsmigratie, die zich voltrekt op de interne markt. De EU-burgers hebben toegang tot arbeidsmarkten (richtlijn over vrij verkeer van werknemers en diensten). De toegang tot sociale zekerheid (bijstand) van een ander lidstaat is geregeld in de richtlijn over vrij verkeer en verblijf (2004/38).
  • Demografie – Vergrijzing en arbeidstekorten zorgen op druk op de welvaartstaat.
  • Maatschappij – Nederland is sinds 2001 met het vraagstuk van ‘mislukte integratie’ bezig. Men is bang fouten uit het verleden te herhalen. Er is alleen acceptatie voor tijdelijke arbeidsmigranten op voorwaarden dat ze hier werken, geen overlast veroorzaken.

Nederland heeft de arbeidsmarkt voor de burgers uit de nieuwe lidstaten uit Midden en Oost-Europa pas per 1 mei 2007 opengesteld zodat ze dezelfde toegang hebben als andere Unieburgers. Voor de vraag hoe het heeft uitgepakt in andere EU-lidstaten, zowel ontvangende als herkomstlanden, zie R. Black (2010) .

Regulering en waterbed-effect
In de brief aan de Tweede Kamer van 14 april jl. kondigt minister Kamp een aantal restrictieve maatregelen aan om de weg naar Nederlandse sociale zekerheid af te snijden, met als kern: onvoldoende bestaansmiddelen, dan geen verblijfsrecht. Hij stelt daarbij richtlijn 2004/38 ter discussie. In de houding van de overheid valt een patroon op: op elke versoepeling wat betreft migratie, verblijf of werk in Nederland, volgt een restrictie van de regels of het beleid op nationaal niveau. Voor de analyse van versoepeling van regulering van migratie, werk, verblijf van Polen in Nederland in de periode 1994-2007, zie het proefschrift van C. Pool. Deze studie laat zien dat regulering van migratie als een waterbed werkt: als regels op een punt restrictiever worden, wijken migranten uit naar andere gebieden of mogelijkheden.

Oude problemen uitvergroot
De nota van minister Kamp laat zien hoe weinig er tussen 2007 en 2011 echt is veranderd.
De komst van nieuwe EU-migranten uit Midden en Oost-Europa heeft de problemen blootgelegd en vergroot: illegale huisvesting, uitbuiting door malafide bedrijven, misstanden in de uitzendsector en tekortschietende controle en handhaving. Deze werden al benoemd in alle debatten in Tweede Kamer voor de openstelling in 2007. De publieke opinie wil aandacht voor overlast, taal achterstand van kinderen, criminaliteit.

Geen nieuwe migranten groep
Het gastarbeiderstrauma heeft een verlammende uitwerking. Polen zijn alleen als tijdelijke goedkope handjes welkom, mits zij zonder enige overlast, liefst onzichtbaar in Nederland verblijven, en na de gedane arbeid onmiddellijk naar huis vertrekken.

Er is ook onbekendheid bij Nederlandse organisaties met de specifieke culturele, mentale wensen en verwachtingen van de nieuwe groepen.

Men onderkent niet dat er grote spanning is tussen de economische behoefte aan arbeidskrachten en de behoefte aan geinstutionaliseerde opvang van grote groepen arbeidsmigranten (bemiddeling bij arbeid, huisvesting, onderwijs, zorg etc.).

Voor kennismigranten heeft de overheid samen met grote bedrijven goede voorzieningen heeft getroffen, zoals expat-centra (informatie over scholing voor kinderen, verzekeringen of culturele voorzieningen), terwijl de overheid de verantwoordelijkheid voor arbeidsmigranten nadrukkelijk legt bij partijen met een kortetermijnbelang, zoals uitzendbureaus. Het investeren in tijdelijke migranten loont niet.

Arbeidsmarkt – effecten voor arbeidsmigratie
In bepaalde sectoren (vooral tuinbouw) is er een onverzadigbare vraag naar tijdelijke arbeidsmigranten. Voor 2007, toen het aanbod beperkt, was er sprake van ‘stoelendans’: werknemers probeerden steeds beter werk te bemachtigen en nieuwkomers hun plek. Dat gebeurde ook met Turkse en Marokkaanse werknemers destijds, die ‘vernederlandsten’, leerden hun rechten en gingen gelijke eisen stellen als Nederlandse werknemers. Hun plek is ten dele door Polen met Duitse passpoort ingenomen (zie C. Pool).

Nu is het aanbod zo groot dat werkgevers steeds nieuwe, goedkopere arbeidskrachten aantrekken. Hoe nieuwer hoe beter, want goedkoper en minder veeleisend. Dat zijn de ideale flexwerkers. De nieuwe arbeidsmigranten zijn productiever, werken hard, hebben geen tijd om taal of gastland te leren, willen sparen voor consumptie thuis. Naarmate ze langer werken worden ze mondiger en gaan eisen stellen. Daardoor worden ze voor de werkgever minder aantrekkelijk en vervangen door een nieuwkomer.

Problemen ontstaan bij het vroegtijdige ontslag of beëindiging van contract. Wie neemt verantwoordelijkheid voor opvang en terugkeer van een ‘afgedankte’ arbeidsmigrant? Op een dergelijk traject wordt de arbeidsmigrant tijdens zijn verblijf in Nederland niet voorbereid. Dit mechanisme wordt onvoldoende onderkend. Andere vraag is: hoe lang is dit verdienmodel van bepaalde branches maatschappelijk nog levensvatbaar?

Naar een toekomstgericht beleid

Om tot een toekomstgericht beleid te komen, is het belangrijk te weten:
1. Welke rol speelt arbeidsmigratie bij het oplossen van arbeidstekorten?
2. Hoe kun je doorgaan bij een afnemend draagvlak voor arbeidsmigratie? Wat is nodig om het draagvlak hiervoor te versterken?
3. Hoe kan Nederland deze migranten incorporeren in de gereguleerde arbeidsmarkt met kwalitatieve hoge arbeidsomstandigheden en sociale rechten?
4. Welke toekomst biedt Nederland EU-arbeidsmigranten? Wil Nederland ze goed benutten en dus langer behouden?
5. Waarom zijn deze arbeidsmigranten aangewezen op de onderkant van de arbeidsmarkt? Hoe kan het potentieel van bijv. Poolse vakmensen beter worden benut?

In Limburg kijkt men al naar de toekomst. Onder leus ‘welzijn van Poolse migranten dient welvaart van Limburg’ willen tiental gemeenten integraal voor hen zorgen en behouden. Limburg maakt nu al een bevolkingskrimp door en staat als grensregio bloot aan concurrentie van Duitsland. Urgentie zorgt dat men daar schaarste arbeid op waarde weet prijzen en met zorg en gastvrijheid wil belonen. Gastvrijheid als een concurrentiemiddel – het is een uitvinding van Limburg.

(voor de voetnoten zie PDF-versie)

contact: info@polonia.nl

Meer

Lees : opinieartikel gepubliceerd in NRC Handelsblad “Werken of wegwezen” van M. Bos-Karczewska

Gepubliceerd op Polonia.NL op 27.09.2011
Uitgever: STEP- Stichting van Poolse Experts in Nederland, lees over ons

Boks reklamowy 2